deel 2: Klimaat als alibi: De deugkoers van het college

Inleiding feuilleton: ‘De macht en de stad’

In dit feuilleton werp ik een kritische blik op het Delftse stadsbestuur sinds 2022. Een college en een coalitie die, gedreven door een gedeelde ideologie, beleid maken voor zichzelf en hun achterban, vaak ten koste van de gewone Delftenaar. Klimaatdogma’s, bestuurlijke arrogantie, doorgedrukte plannen en schijnparticipatie zijn eerder regel dan uitzondering geworden. Inwoners spreken in, schrijven brieven, doen voorstellen, maar krijgen keer op keer het deksel op de neus.

In zes delen beschrijf ik hoe deze bestuurscultuur zich manifesteert. Deel voor deel ontleed ik de denkbeelden, de belangen en de gevolgen van wat ik zie als een groeiend democratisch probleem.

Deel 2  Klimaat als alibi: De deugkoers van het college

Klimaatbeleid als moreel wapen en verdienmodel
Wie het Delftse stadsbestuur de afgelopen jaren gevolgd heeft, ziet één constante namelijk ‘het klimaat’. STIP, GroenLinks, D66, de PvdA en de ChristenUnie hebben een gedeelde ideologie ontwikkeld, waarin het klimaatbeleid niet alleen richting geeft, maar ook morele verheffing biedt. Het klimaat is niet langer een beleidsdoel, maar een ‘middel tot zelfbevestiging, een ‘moreel verdienmodel’ en bovenal: Een ‘dekmantel voor bestuurlijke dadendrang’.

In plaats van verantwoord lokaal bestuur, zien we een koers waarin miljoenen worden uitgegeven aan grootse plannen met vage opbrengsten. Prestigeprojecten die zelden iets te maken hebben met de directe leefwereld van de Delftenaar, maar des te meer met het groene imago van het college. Wie kritiek uit, wordt al snel als ‘ouderwets’ of ‘klimaat sceptisch’ weggezet.

Miljoenen voor ‘de toekomst’, maar niet voor het nu
Een treffend voorbeeld is het Warmtenet Delft. Om de transitie van aardgas naar aardwarmte mogelijk te maken, zijn in de Delftse Hout grootschalige ‘proefboringen’ gedaan. Kosten: Circa 9 miljoen euro. Dit is betaald uit de opbrengst van de verkoop van de Eneco-aandelen. Geld dat van de stad was en dat veel breder maatschappelijk ingezet had kunnen en moeten worden, zoals bijvoorbeeld jeugdzorg of het cultuuraanbod.

In plaats van dit te declareren bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, waar onder voormalig minister Jetten geld beschikbaar voor was gesteld, heeft het college niet eens de moeite genomen een aanvraag in te dienen en dit bij het ministerie te declareren.

Laat het helder zijn: Ik ben voorstander van het warmtenet als alternatief voor gas, zeker in Delft, waar het vooral om woningcomplexen van woningcorporaties met blokverwarming gaat. In mijn rol als bestuurssecretaris van de huurdersraad van Woonbron, heb ik samen met mijn medebestuursleden zeer kritisch meegekeken naar de afspraken met de warmteaanbieders.

Daarbij is zowel op contractueel als financieel niveau gezorgd voor solide waarborgen. Daardoor lijkt de invoering in Delft beter te verlopen dan in andere steden, waar bewoners vaak worden geconfronteerd met hoge kosten, gebrekkige zeggenschap en/of gebrekkige transparantie.

Maar dat neemt mijn kritiek op de wijze van financiering en besluitvorming niet weg. De vanzelfsprekendheid waarmee miljoenen worden uitgegeven zonder Rijksdekking en zonder grondige politieke discussie, is tekenend voor een bestuur dat zichzelf als onfeilbaar beschouwt, zolang het klimaat als vlaggetje er maar boven wappert.

Het college bepaalt, de burger betaalt
Deze praktijk wordt breed gedragen binnen het college. Klimaatretoriek wordt ingezet als afleidingsmanoeuvre voor falend financieel beleid. Terwijl het sociaal domein onder druk staat, de wachtlijsten in de jeugdzorg groeien, sportverenigingen hun subsidies zien verdwijnen en de huur- en energielasten stijgen, blijven prestigeprojecten wél moeiteloos gefinancierd worden.

Dit falend beleid kan dan wel worden toegejuicht door mensen die koste wat kost zoveel mogelijk geld in ‘het redden van de planeet’ gestoken willen zien, maar een zeer groot deel van de Delftenaren zou liever zien dat er geld wordt gestoken in zaken die nú nodig zijn: lastenverlichting, wonen, veiligheid, het verenigingsleven, het behoud van de middenstand en ‘interessante’ winkels in de binnenstad.

In plaats van grote, globale thema’s die ver afstaan van het dagelijks leven en misschien nog wel verder van de belevingswereld van de gewone man en vrouw.

Zero-emissiezones, fossiele reclameverboden, circulaire hubs en warmtenetten, ze klinken groots, ze ogen modern, maar in de praktijk betekenen ze vooral meer lasten voor onze inwoners en meer ruimte voor bestuurders om zich op de borst te kunnen kloppen.

De Metropolitane Fietsroute: symboolpolitiek op twee wielen
Een schoolvoorbeeld van die aanpak is de Metropolitane Fietsroute (MFR) tussen Delft en Rotterdam-Alexander, een project dat in samenwerking met de MRDH wordt uitgerold. Wat begon als een mooi idee voor fietsverbindingen, is inmiddels verworden tot een uiterst kostbaar bestuurlijk prestigeproject. De bouw van een nieuwe fietsbrug, de ‘Gelatinebrug’, complexe schakels, juridische grondkwesties en opgelopen begrotingen doen vermoeden dat het hier allang niet meer gaat om bereikbaarheid, maar om bestuurlijk aanzien.

In theorie winnen fietsers drie minuten reistijd. In de praktijk betaalt de belastingbetaler miljoenen, de teller staat nu al op meer dan 100 miljoen, voor een verbinding waarvan het nut discutabel is, de uitvoering problematisch en het draagvlak wankel. Het is ‘beleid ter meerdere eer en glorie van het college’, niet voor de stad.

Klimaat als bestuursstijl met selectieve duurzaamheid
Het wrange is dat deze klimaatkoers niet consequent of rechtvaardig wordt toegepast. Terwijl de inwoners van onze stad geconfronteerd worden met emissieverboden, afvalcontroles, fietsstraten en hogere parkeerkosten, opereren de bestuurders blijkbaar in een ander universum. Dienstreizen, stedelijke vastgoedprojecten, klimaatkunst met subsidie en studentencadeau’s, voor hen blijven de marges ruim.

Wie afwijkt van dit verhaal, krijgt nauwelijks gehoor. De burger is immers geen beleidsbepaler. Hij mag meepraten, tot het lastig wordt. Want in dit systeem is de bestuurselite het ankerpunt en de burger maar een doelgroep.

De prijs van moreel bestuur
Wat we zien is geen klimaatbeleid, maar een klimaatideologie. Een systeem waarin alles wat als ‘groen’ wordt verkocht, per definitie goed is. Waarin het beleidsproces minder draait om afweging en verantwoording, maar meer om momentum en framing.

De prijs? Een stad die haar reserves uitput, die geen ruimte meer heeft voor tegenmacht en waarin inwoners zich steeds minder vertegenwoordigd voelen. Klimaat wordt hier niet verbonden aan het dagelijks leven, maar eraan onttrokken en wordt boven de mensen geplaatst, in plaats van tussen hen in.

Terug naar gezonde verantwoordelijkheid
Klimaatbeleid is belangrijk. Maar het moet gedragen, doordacht en betaalbaar zijn. Het mag geen vrijbrief zijn voor financiële roekeloosheid, bestuurlijke zelfverheerlijking of morele verwaandheid. De toekomst begint met verstandig beleid in het heden, niet met luchtkastelen op kosten van de belastingbetaler.

Zolang het college klimaatbeleid blijft gebruiken als een soort ‘groene aflaat’ en als excuus om weerstand te negeren, blijft de kloof tussen bestuur en burger groeien.

“En als die kloof te groot wordt, is er geen brug, hoe duur ook, die dat nog kan overbruggen”.

Marcel.