Inleiding feuilleton ‘De macht en de stad’
In dit feuilleton werp ik een kritische blik op het Delftse stadsbestuur sinds 2022. Een college en coalitie die, gedreven door een gedeelde ideologie, beleid maken voor zichzelf en hun achterban, vaak ten koste van de gewone Delftenaar. Klimaatdogma’s, bestuurlijke arrogantie, doorgedrukte plannen en schijnparticipatie zijn eerder regel dan uitzondering geworden. Inwoners spreken in, schrijven brieven, doen voorstellen, maar krijgen keer op keer het deksel op de neus.
In zes delen beschrijf ik hoe deze bestuurscultuur zich manifesteert. Deel voor deel ontleed ik de denkbeelden, de belangen en de gevolgen van wat ik zie als een groeiend democratisch probleem.
Deel 1 Van studentenpartij naar stadshegemonie
“Word jij de baas van de stad?”
Zo luidt de wervende vraag waarmee Stip, Studenten Techniek In Politiek, jonge TU-studenten probeert te verleiden. Posters in de stad, banners op het grasveld bij de Mekelweg, vrolijke borrels in het café. Het is een lokroep vermomd als betrokkenheid. Maar wat betekent het eigenlijk, “de baas van de stad” zijn?
In politieke zin spreken we dan over ‘hegemonie’: Het vermogen van een groep om niet alleen invloed uit te oefenen, maar ook de toon en norm van het beleid te bepalen. Niet met brute macht, maar via culturele, bestuurlijke en ideologische dominantie. Wat ooit uitzondering was, wordt ‘normaal’. En precies dat lijkt Stip na te streven: Een technocratisch studentenbestuur als standaard norm voor de stad.
Openlijk brengen ze hun boodschap: “Delft moet bestuurd worden door uitsluitend jonge mensen, want die zijn de toekomst”. De ouderen, zeg 50+, vinden ze niet relevant voor het besturen van de stad, want die delen hun ideologie niet. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de auto, die volgens de Stippers z.s.m. de stad uit moet, de parkeernorm die naar 0.3 moet, dit is één auto per drie woningen en de Delftse sportverenigingen die moeten wijken voor grote blokken studentenwoningen 100×100 meter en 40 meter hoog.
Delft: Historische studentenstad, geen studentenbestuur
Laat daar geen misverstand over bestaan: Delft is een studentenstad. Al sinds 1842, toen koning Willem II de Koninklijke Akademie oprichtte, de voorloper van de TU Delft. Studenten zijn sindsdien een onlosmakelijk onderdeel van de stad. Ze zorgen voor energie, kennis, vernieuwing, soms zelfs voor een tikje rebellie. Dat mag er zijn.
Ik ben dus niet tegen studenten! En al helemaal niet tegen hun aanwezigheid in Delft. Maar wat zich via Stip in het stadsbestuur heeft voltrokken, is van een andere orde. Dit is geen participatie meer. Dit is stadshegemonie in wording.
Een realistisch scenario
Stel je voor: Je bent 19 jaar, geboren en getogen in het Friese Woudsend. Je hebt net je VWO gehaald en begint aan je studie Technische Bestuurskunde aan de TU Delft. Je leert over systeemdenken, differentiaalvergelijkingen, bestuursstructuren en systeemdynamisch modelleren. Je hebt geluk want je hebt een kamer gevonden in de binnenstad en leert je nieuwe huisgenoten kennen. Eén daarvan blijkt een raadslid van Stip.
Hij legt je uit dat Stip staat voor Studenten Techniek In Politiek en dat zij de belangen van de Delftse studenten behartigen. En dat als je in de politiek geïnteresseerd bent, je welkom bent bij een volgende introductiebijeenkomst. Omdat je wel gelijk voortvarend aan de slag wilt met je studie, want het is een zware studie, geef je aan er over na te denken. Het raadslid van Stip geeft aan dat je altijd je vragen kunt stellen en hij drukt je een folder in de hand, waarop staat; “Word jij de baas van de stad?”
En dat blijkt geen grap. Want Stip is geen marginale studentenpartij. Ze leveren een wethouder, zijn al jaren coalitiepartner en beslissen mee over woningbouw, klimaatbeleid, mobiliteit en ruimtelijke ordening. Dus waarom zou jij niet de volgende ‘baas’ zijn?
Als tijdelijke bewoner van een stad die je nauwelijks kent, wordt je uitgenodigd om de ‘richting van Delft’ te bepalen. Niet als deelnemer, maar als bestuurder. Dat is geen inclusie, dat is bestuurlijke kolonisatie.
Passanten met plannen
Delft telt ruim 100.000 inwoners. Mensen die hier geboren zijn, gezinnen die hier kinderen grootbrengen, ouderen die hier oud willen worden, starters die een woning zoeken, huurders die recht hebben op onderhoud, ondernemers die ruimte nodig hebben. Zij zijn de ziel van de stad.
Maar dan is daar Stip. Een partij van tijdelijke bewoners, die beleid maakt ‘over de hoofden van de vaste bewoners heen’. Ze beslissen over:
- Waar gebouwd wordt (bij voorkeur op gemeentelijke sportvelden);
- Wie er mag wonen (bij voorkeur studenten, expats en statushouders);
- En wat de stad moet worden (bij voorkeur duurzaam, circulair en data-gedreven).
Dit beleid wordt verkocht als vooruitgang, maar het ‘negeert de werkelijkheid’ van grote groepen Delftenaren.
De stad als systeem: Technocratie zonder empathie
De studenten van de TU worden opgeleid in het analyseren van socio-technische systemen. Hun gereedschapskist zit vol modellen, simulaties, wiskundige optimalisaties en data-analyses. Dat is knap, dat is nuttig, maar waar blijft de menselijke maat? En is dit wel bestemd voor het besturen van de stad?
Wie alleen leert denken in systemen, ziet geen wijken meer, geen mensen, geen problemen, maar ‘uitdagingen’. Geen bewoners, maar ‘actoren’. De stad wordt een algoritme. Een laboratorium. Een demoversie van hoe het ‘zou moeten’.
Maar Delft is geen model. Delft is een gemeenschap van mensen.
De democratie staat onder druk
Stip levert al sinds jaren een wethouder en is structureel onderdeel van de coalitie met GroenLinks, D66, de PvdA en de ChristenUnie. Deze partijen zijn bestuurlijk zo op elkaar ingespeeld, dat ze kritiek nauwelijks meer toelaten.
Participatie wordt herleid tot een formulier, inspraak tot een koud ritueel. Moties van de oppositie worden afgedaan, bewoners worden gepaaid met een participatieavond, waarna alles toch doorgaat zoals gepland.
En Stip? Die blijft soepel meebewegen. Loyaal aan de bestuurscultuur, zonder terughoudendheid. Niet gehinderd door verleden, noch gebonden aan de toekomst. Want over een paar jaar zijn ze weer vertrokken.
Een tweede wethouder? Het scenario is mogelijk al in gang gezet
Dat brengt ons bij de nieuwste zet van Stip. Tien maanden voor de verkiezingen, hebben ze al aangekondigd dat hun huidige wethouder nu ook hun ‘kandidaat-wethouder’ voor de volgende raadsperiode is. Waarom zo vroeg?
De suggestie ligt voor de hand: Stip wil nog groter worden. Nog meer stemmen veroveren. Nog meer invloed vergaren. En wellicht, als de kaarten gunstig vallen, een tweede wethouder leveren. Alles wijst erop dat een ambitieus raadslid zich al aan het warmlopen is. Een dubbel wethouderschap, gestuurd door ‘tijdelijke inwoners’.
Maar moeten we dat wel willen? Delft in handen van beleidsmakers, die niet geworteld zijn in de stad, maar opereren vanuit de logica van de campus? Het risico is levensgroot om te verworden tot een stad waar beleid wordt bedacht voor het heden, zonder verantwoordelijkheid voor de toekomst.
Het is tijd voor herbezinning
Stip was ooit de frisse stem van jonge inwoners. Nu zijn ze de technocratische motor van een bestuurscultuur die steeds verder “losraakt van de stad zelf”. Delft moet zichzelf herpakken. Niet door studenten buiten te sluiten, maar door het bestuur weer grotendeels terug te leggen bij de mensen die de stad kennen, dragen en dienen.
Want de vraag is niet meer: “Word jij de baas van de stad?”
Maar de vraag is nu: “Van wie is de stad nu eigenlijk?”
Het antwoord mag nooit zijn: “Van wie het meeste folders drukt, het slimste netwerk heeft of het beste kan simuleren en analyseren.
De stad is van de mensen die er wonen, werken, liefhebben, zorgen en er blijven.
Delft is geen laboratorium. Delft is ons thuis.
Marcel.